Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar ik ken het gevoel maar al te goed:
Je zit in een gesprek en iemand zegt iets wat je raakt.
En ineens… ben je jezelf een beetje kwijt.
Je voelt je kleiner worden, je woorden verdwijnen, je hoofd draait overuren, terwijl je achteraf precies weet wat je had willen zeggen.
Of het tegenovergestelde gebeurt:
Je gaat harder praten, je wilt je punt maken, je moet gelijk krijgen dus ga je de strijd aan.
In mijn coachpraktijk kan ik een cliënt horen zeggen:
“๐๐ฌ ๐ท๐ฐ๐ฆ๐ญ๐ฅ๐ฆ ๐ฎ๐ฆ ๐ป๐ฐ ๐ฌ๐ญ๐ฆ๐ช๐ฏ ๐ธ๐ฐ๐ณ๐ฅ๐ฆ๐ฏ ๐ช๐ฏ ๐ฅ๐ข๐ต ๐จ๐ฆ๐ด๐ฑ๐ณ๐ฆ๐ฌ ๐ฅ๐ข๐ต ๐ช๐ฌ ๐ฏ๐ช๐ฆ๐ต๐ด ๐ป๐ช๐ฏ๐ฏ๐ช๐จ๐ด ๐ฎ๐ฆ๐ฆ๐ณ ๐ฌ๐ฐ๐ฏ ๐ช๐ฏ๐ฃ๐ณ๐ฆ๐ฏ๐จ๐ฆ๐ฏ.”
En dat gebeurt bij mannen én vrouwen. Maar er is dus ook die andere beweging: jezelf groter maken dan je je vanbinnen voelt.
๐๐น๐ฒ๐ถ๐ป๐ฒ๐ฟ ๐๐ผ๐ฟ๐ฑ๐ฒ๐ป. ๐๐ฟ๐ผ๐๐ฒ๐ฟ ๐ฑ๐ผ๐ฒ๐ป.
In beide gevallen raak je uit wat ik noem: ๐ท๐ฒ ๐๐ฎ๐ฟ๐ฒ ๐ด๐ฟ๐ผ๐ผ๐๐๐ฒ.
En dat is interessant, want meestal gebeurt dit niet zomaar.
Je zenuwstelsel kan bij spanning overschakelen op een oud overlevingsmechanisme: vechten, vluchten, bevriezen of behagen.
Een trigger uit het verleden kan ineens het stuur overnemen.
En voor je het weet, reageer je niet meer vanuit wat er nú nodig is, maar vanuit een oud patroon.
Het gevolg?
Je verliest de regie over het gesprek en je gedrag is niet per se effectief voor het moment.
Een model dat mij helpt om dit uit te leggen, is de transactionele analyse van psychiater Eric Berne.
Heel kort gezegd bewegen we in gesprekken (thuis én op het werk) steeds tussen drie ego-posities:
๐ง๐ง๐ง De Ouder
De kritische ouder: “Zo hoort het.”
Of de verzorgende ouder: “Ik zal het wel voor je oplossen.”
๐ง Het Kind
Het vrije kind: spontaan, nieuwsgierig en speels.
Maar ook het aangepaste kind: “Zeg maar wat ik moet doen.”
Of het rebelse kind: “Nou, dan doe ik het lekker niet!”
๐ง De Volwassene
Onderzoeken. Luisteren. Feiten checken. Reageren op wat er daadwerkelijk gebeurt. Vanuit de overtuiging: ik ben oké en jij bent oké.
En daar zit de sleutel.
Word je aangesproken vanuit een (onbewuste) ouderpositie, dan is de kans groot dat jij in het kind schiet. Het één roept het andere gedrag op.
En voor je het weet zit je met je partner, collega of leidinggevende in een gesprek waarin niemand meer echt vanuit gelijkwaardigheid reageert.
Dus wat helpt?
Je triggers leren herkennen en snappen wat jouw automatische coping stijl is.
En oefenen met teruggaan naar de volwassen positie:
Niet door jezelf groter of kleiner te maken, maar door weer op ware grootte te verschijnen.
Want als jij vanuit die positie reageert, is de kans groter dat de ander daar ook in meegaat.
En dan gebeurt er iets moois:
โ๏ธ Je houdt meer regie.
โ๏ธ Je bent effectiever.
โ๏ธ Je blijft dichter bij jezelf.
๐ช๐ฎ๐ป๐ป๐ฒ๐ฒ๐ฟ ๐บ๐ฒ๐ฟ๐ธ ๐ท๐ถ๐ท ๐ฑ๐ฎ๐ ๐ท๐ฒ ๐ถ๐ป ๐ฒ๐ฒ๐ป ๐ด๐ฒ๐๐ฝ๐ฟ๐ฒ๐ธ ๐ธ๐น๐ฒ๐ถ๐ป๐ฒ๐ฟ ๐ผ๐ณ ๐ด๐ฟ๐ผ๐๐ฒ๐ฟ ๐๐ผ๐ฟ๐ฑ๐?
Gepubliceerd op LinkedIn op 9 oktober 2026